Het kabinet weet nog altijd niet hoeveel mensen in Nederland schijnzelfstandig zijn, in welke sectoren dit vooral voorkomt of zelfs wat precies onder schijnzelfstandigheid moet worden verstaan. Dat blijkt uit antwoorden van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voorafgaand aan een Kamerdebat op 23 februari 2026. Daarmee blijft een duidelijk totaalbeeld ontbreken.
Onbekend aantal schijnzelfstandigen
Volgens de minister zijn er nog steeds geen betrouwbare cijfers beschikbaar. Schijnzelfstandigheid speelt zich namelijk vaak af buiten het zicht van de overheid. Daardoor blijken eerdere schattingen, zoals de veelgenoemde 200.000, niets meer dan “ruwe en onzekere inschattingen”. Bovendien kunnen deze cijfers niet gebruikt worden om beleid nauwkeurig te onderbouwen.
Geen inzicht in risicovolle sectoren
Ook over de sectoren waarin schijnzelfstandigheid vaker voorkomt, ontbreekt duidelijk inzicht. Er zijn te weinig gegevens om een gedegen sectoranalyse te maken. Hierdoor vervalt ook het beeld dat bijvoorbeeld de zorg een ‘risicosector’ zou zijn. Volgens de minister is er geen bewijs dat schijnzelfstandigheid zich vooral in specifieke branches concentreert.
Onduidelijke definitie
Een heldere en toepasbare definitie van schijnzelfstandigheid is er nog altijd niet. De minister geeft aan dat het fenomeen lastig te herkennen is. Daarom is niet exact vast te stellen wanneer er sprake van is, wat handhaving verder bemoeilijkt.
Per opdracht beoordelen
Volgens de minister kan alleen per individuele opdracht worden vastgesteld of iemand schijnzelfstandig is. Dat betekent dat algemene uitspraken over sectoren of beroepsgroepen niet mogelijk zijn. Hierdoor blijft het voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers onzeker waar de grenzen precies liggen.
Stand van zaken
Sinds 1 januari 2025 geldt de nieuwe ‘aanpak schijnzelfstandigheid’. Toch blijft onduidelijk hoe groot het probleem daadwerkelijk is en hoe zelfstandigen zeker kunnen weten dat zij volgens de regels werken. In de praktijk wordt vooral in de zorgsector gehandhaafd, ondanks het feit dat er formeel geen specifieke risicosector zou zijn. Dit leidt onder andere tot druk op vaste medewerkers en een afname van de beschikbare zorgcapaciteit.
Vooruitkijken
De vraag is nu wat de nieuwe coalitie gaat doen: vasthouden aan de huidige aanpak, bijsturen of meer duidelijkheid geven aan zelfstandigen en werkgevers. Vooralsnog is beleid rond schijnzelfstandigheid gebaseerd op aannames, niet op harde feiten. Kortom, een eenduidige koers ontbreekt.
Bron: Minister SZW over schijnzelfstandigheid: geen idee over omvang of risicosectoren – ZZP-erindezorg.nl
PuurZorg
Inmiddels hebben we 18 jaar ervaring in flexibele arbeid binnen de zorgsector. Wij zien en merken ook in deze tijd de doorlopende grote vraag naar inzet van flexibel personeel. Wij denken hierbij mee in ZZP-oplossingen rekening houdend met de richtlijnen vanuit het Fiscaal Kompas & uiteraard gericht op het specifieke beleid van de desbetreffende zorgorganisatie. PuurZorg biedt ook de mogelijkheid om in loondienst flexibel te werken, door het werken op uitzendbasis mogelijk te maken. Wat ook voor de zorgorganisaties andere mogelijkheden biedt.
We zijn zeer ambitieus en leergierig op het gebied van ontwikkeling en verdieping in wet- en regelgeving. PuurZorg is samenwerkingspartner van verschillende stakeholders in de branche, brengt regelmatig een bezoek aan de ministeries, heeft verschillende gesprekken gevoerd met De Belastingdienst, houdt kamerbrieven en wetsvoorstellen nauwlettend in de gaten en wordt regelmatig door verschillende media gevraagd om een visie op verschillende vraagstukken.
Mocht je meer informatie willen over bovenstaand onderwerp, neem dan contact met ons op.
Volgens de minister kan alleen per individuele opdracht worden vastgesteld of iemand schijnzelfstandig is.





